Basis groentebouillon

Voor soepen en sauzen, maar ook om bijvoorbeeld rijst of bulgur te koken is een basis groentebouillon onontbeerlijk. Maak de groentebouillon in flinke hoeveelheden. Je kan het een aantal dagen in de koelkast bewaren of in porties invriezen voor gebruikt later.

Voor 1,5 liter basis groentebouillon

Voor de bouillon: 3 wortels in plakjes; de groene bladeren van 1 prei, gesneden; 2 uien, in kwarten gesneden; bosje peterselie; 2 stengels bleekselderij, gesneden; 2 laurierblaadjes; 3 draaien peper uit de molen; 1,5 liter water.

In deze groentebouillon zit geen zout. Je kan dat altijd later toevoegen als je de bouillon ergens in gebruikt. Bouillon zonder zout is ook makkelijker in gebruik als in een gerecht sojasaus of ketjap wordt gebruikt waar ook de bouillon voor wordt toegevoegd. Sojasaus en ketjap zijn al zout genoeg.

Je kan op twee manieren de basis groentebouillon maken; door alle groenten langzaam te trekken of door de groenten eerst te bakken en dan pas in water te laten trekken. De methoden staan hieronder achter elkaar.

1e methode.  Doe voor de bouillon de wortels, prei, uien, peterselie, bleekselderij met 2 laurierblaadjes in een pan met 1,5 liter water; voeg 3 flinke draaien peper uit de molen toe. Breng het water aan de kook en houdt het 10 minuten tegen de kook aan. Draai het vuur uit, voeg een scheut witte wijnazijn toe en laat de bouillon nog 5 minuten staan. Zeef de bouillon.

2e methode.  Een krachtigere groentebouillon krijg je door eerst de uien 5 minuten en daarna de overige groenten 3 tot 5 minuten in olie op laag vuur te bakken. Voeg dan het water, de laurierblaadjes en de peper toe. Laat alles een half uur op heel laag vuur trekken. Voeg de witte wijnazijn toe en zeef dan de bouillon.

De groenten kan je nog gebruiken. Hoe? kijk bij gladde groentesoep.

Zelfgemaakte groentebouillon